De romantische landhuizen van Curaçao

Lang geleden werd er op wel 100 plantages op Curaçao suikerriet, aloë en indigo verbouwd. Het middelpunt van zo’n plantage was het landhuis: een riante villa die onderdak bood aan de plantagehouder, het gezin en de huisslaven. Het huis lag vaak op een prachtige plek zoals een heuveltop, met weids uitzicht over het land en de buitengebouwen. Pakweg de helft van alle landhuizen staat er nog; tientallen daarvan zijn piekfijn gerestaureerd en verbouwd. Tegenwoordig doen ze dienst als museum, restaurant of boetiekhotel.

Duik in het duistere slavernijverleden van Landhuis Savonet uit 1662, laat u rondleiden door Landhuis Ascension uit 1672, of eet een gegrild visje op de veranda van Landhuis Brakkeput uit 1733. Logeren in een landhuis kan ook: Landhuis Daniel is een kleinschalig boetiekhotel met 8 kamers, Landhuis Santa Barbara is een luxe resort met golfbaan, en Landhuis Jan Thiel kunt u helemaal afhuren, voor een gezelschap tot 20 personen. De 3 meest bijzondere landhuizen op een rij.

Kunstkijken in Landhuis Jan Kok

Plantagehouder Jan Kok was berucht om de wreedheid waarmee hij zijn slaven behandelde – zijn kwade geest schijnt hier nu nog rond te waren. Misschien is zijn oplettende aanwezigheid de reden dat het landhuis uit 1840 zo opmerkelijk goed bewaard is gebleven; zelfs de oude slavenbel hangt er nog. Het terras biedt een prachtig uitzicht over de voormalige plantage en de zoutpannen van Sint Marie, waar roze flamingo’s de plaats hebben ingenomen van afgebeulde slaven. Het landhuis biedt nu onderdak aan de lokale kunstenares Nena Sanchez, die hier haar galerie heeft.

De geschiedenis waait door Landhuis Knip

Vlak bij twee van Curaçaos mooiste strandjes, Grote en Kleine Knip, staat het in historisch opzicht belangrijkste landhuis. Hier begon namelijk de grote slavenopstand van 1795. Opstandelingenleider Tula, die publiekelijk werd terechtgesteld, is op Curaçao nog altijd een volksheld. In 2013 verscheen een film over de tragedie, ‘Tula: The Revolt’. Landhuis Knip is nu een museum.

Modern Creools eten in Landhuis Misjé

Landhuis Misjé werd gebouwd in 1896, toen de slavernij al was afgeschaft en de plantagehouders het wat minder breed konden laten hangen. In tegenstelling tot de andere landhuizen, die zeer majestueus zijn, heeft het charmante, okergele Misjé meer weg van een  slavenhuisje. Op de veranda en in de tuin staan tafeltjes, binnen kookt chef-kok Graciela de sterren van de hemel. Zonder recepten maar met passie zet ze Caribisch eten met een moderne draai op tafel, zoals viscurry, garnalen in knoflookpesto of ossenstaartstoofpot.